De Stoomvaart Maatschappij “Sophie H” werd opgericht in juni 1909 met een maatschappelijke kapitaal van 1 miljoen gulden, waarvan ƒ 360.000 was geplaatst. De oprichter, N. Haas, werd de directeur van de nieuwe maatschappij.
De bouw van de schepen
De Koninklijke Maatschappij De Schelde kreeg de opdracht om het stoomschip Sophie H te bouwen. De bouw van het schip, met een laadvermogen van 5100 ton, begon op 4 oktober 1909. Op 12 maart 1910 werd het schip gedoopt en te water gelaten door Sophie Haas-Davidson, de vrouw van de eigenaar en degene naar wie het schip vernoemd is. Na de verdere afbouw vertrok de Sophie H voor haar eerste reis op 14 april 1910.

Uit de winst van het eerste jaar 1910 werd besloten een dividend van 5% uit te keren. Daarnaast kreeg de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij de opdracht om een stoomschip te bouwen met een laadvermogen van 5300 ton. Dit schip, de Alice H, genoemd naar de dochter van eigenaar N. Haas, werd op 13 januari 1912 in gebruik genomen.

In 1911 werd voor de financiering van de Alice H bij de Nederlandsche Scheepshypotheekbank een lening van ƒ 300.000 afgesloten. Ook werden 40 nieuwe aandelen uitgegeven, waardoor het geplaatst kapitaal steeg naar ƒ 400.000. Deze aandelen kregen geen winstuitkering over 1911; de andere 360 aandelen ontvingen een dividend van 5%.
De exploitatie in 1912 en 1913
Door de ingebruikname van de Alice H kan in 1912 met twee schepen gevaren worden. De directie geeft aan dat de Alice H geheel aan de verwachtingen voldoet en dat beide schepen in uitmuntende staat verkeren. Uit de fors toegenomen bedrijfswinst werd besloten een dividend uit te keren van 12,5%.
Het jaar 1913 was een bijzonder gunstig jaar voor de koopvaardij, maar door tegenslagen kon hier niet volledig van worden geprofiteerd. In februari liep het stoomschip Sophie H aan de grond door nalatigheid van de kapitein en de eerste stuurman. Hoewel het schip op eigen kracht weer loskwam, waren er reparaties nodig, wat leidde tot verlies van omzet en winst.
Dankzij de goede resultaten van de Alice H bleef de financiële schade beperkt en was de nettowinst bijna gelijk aan die van het vorige jaar. Besloten werd om over 1913 opnieuw 12,5% dividend uit te keren.
Het noodlottige verlies van de Alice H
Als eind juli 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, zijn beide schepen onderweg. De Sophie H is onderweg naar Finland en de Alice H is net aangekomen in St. Petersburg. De Sophie H keert veilig terug naar Nederland, maar de Alice H gaat in de nacht van 19 op 20 augustus verloren.
Als hoofdstad en regeringscentrum van het Russische Rijk vormde St. Petersburg een belangrijk doelwit voor de Duitse troepen. Vanwege de oorlog werd de Duits klinkende naam van de stad, Sankt Petersburg, veranderd in Petrograd.
De Alice H en de andere schepen in de haven van Petrograd moesten wachten op toestemming om de haven te verlaten. Russische troepen hadden zeemijnen geplaatst om de haven en de stad te verdedigen. Onder begeleiding van een Russisch marineschip werden dertien schepen in kleine groepen veilig langs de zeemijnen rond de haven van Kronstad geleid.
Daarna werden de schepen opgevangen in de Paponbaai, waar een konvooi werd gevormd om onder leiding van een ander Russisch marineschip de resterende zeemijnen te ontwijken. Nadat deze mijnen waren gepasseerd, werd het konvooi, rond het middaguur, ontbonden en konden de schepen hun eigen koers varen.
Ruim twaalf uur later gaat het mis als de Sophie H op 20 augustus om 1 uur ‘s nachts op een zeemijn vaart. Alle opvarenden waren ongedeerd en de twee reddingsboten werden in gereedheid gebracht om het schip te verlaten. Omdat de Sophie H bleef drijven, besloot men te wachten tot het daglicht om het schip te verlaten. Het stuurloze schip raakte echter een tweede mijn en begon daardoor te zinken. Terwijl de opvarenden het zinkende schip in de reddingsboten verlaten, raakt het schip nog een derde mijn. Door de nu snel zinkende Sophie H. slaat een van de reddingsboten om en komen 10 van de 23 opvarenden om het leven.
Ook het stoomschip de Houtdijk gaat verloren
Naast de Alice H maakte ook het Nederlandse stoomschip de Houtdijk deel uit van het konvooi van dertien schepen. Het schip de Houtdijk was eigendom van de Solleveld, van der Meer & T.H. van Hattum’s Stoomvaart Maatschappij.

Tien minuten voordat de Alice H op een mijn liep was de Houtdijk al hetzelfde overkomen. Het drama van de Houtdijk vertoont veel overeenkomsten met wat de Alice H overkwam.
Na het omentploffen van de eerste mijn waren ook op de Houtdijk alle opvarenden ongedeerd De opvarenden namen plaats in de reddingsboten, maar deze werden nog niet te water gelaten. De kapitein had bij het controleren van het schip gezien dat het tweede ruim nog intact was en het schip drijvende hield. Na ongeveer een kwartier ontplofte een tweede mijn en bij het te water laten van de reddingsboten ontplofte ook nog een derde mijn. Van een van de reddingsboten is niets meer waargenomen; deze is waarschijnlijk met de Houtdijk gezonken. Uit de andere reddingsboot sloegen twee man overboord toen deze door het zinken van de Houtdijk overhelde. Van de 25 opvarenden verloren er 14 het leven.
De overlevenden zeilden naar het eiland Hiiumaa (Dagö), waar later ook de overlevenden van de Alice H zouden aankomen. Door de bemanningsleden van de Alice H was niets bemerkt van het ongeluk van de Houtdijk.
Deze interactieve kaart toont de locaties van de gezonken schepen Alice H en Houtdijk.
Solleveld, van der Meer & T.H. van Hattum’s Stoomvaart-Maatschappij
N.V. Solleveld, van der Meer & T.H. van Hattum’s Stoomvaart Maatschappij werd in 1909 opgericht als opvolger van de gelijknamige firma. Het maatschappelijk kapitaal bedroeg bij de oprichting 1 miljoen gulden, waarvan ƒ 500.000 geplaatst was. Deze aandelen fungeerden als vergoeding voor de inbreng door de firma van de schepen Ellewoutsdijk en Houtdijk.
Toen de Houtdijk in 1914 verging, bestond de vloot van de maatschappij uit zeven schepen. In 1915 ging ook het andere bij de oprichting ingebrachte schip, de Ellewoutsdijk, verloren door een mijn.
Door het dalende vrachtaanbod en een overschot aan vrachtschepen kelderden de vervoersprijzen tot een niveau waarop alleen met verlies gevaren kon worden. In 1930 verkocht de directie zeven van de acht schepen en werd voorgesteld de onderneming te liquideren. Het duurde echter tot 1935 voordat de vereiste statutaire meerderheid voor de liquidatie werd behaald.
De financiële gevolgen van het verlies van de Alice H
De directie geeft aan dat een schadeclaim is ingediend bij de verzekeringsmaatschappij vanwege het verlies van de Alice H. Wel besluit men het verlies al in het boekjaar 1914 te verwerken. De boekwaarde van de Alice H van ƒ 260.000 werd afgeschreven tot ƒ 1,00. Hierdoor werd er over 1914 een verlies geleden en werd er geen dividend uitgekeerd.
Verrassende wending in 1915
Voor 1915 ziet de directie zeer goede algemene vooruitzichten, maar wijst ook op de zeer grote gevaren op zee door de oorlog.
Door de toenemende risico’s voor de koopvaardij, als gevolg van de oorlog, schoten de vrachtprijzen omhoog. Omdat veel schepen verloren gingen, neemt de vraag naar schepen toe, waardoor ook de prijzen van schepen sterk stijgen.
Als een Noorse scheepseigenaar een bod uitbrengt van ƒ 1.200.000 op het stoomschip de Sophie H besluit de directie dit bod te accepteren. Aangezien het schip per ultimo 1914 voor ƒ 230.000 op de balans staat is dit zeker te begrijpen.
De opbrengst van de verkoop wordt aan de aandeelhouders uitgekeerd als een superdividend over 1915 van 201% (ƒ 2.010) per aandeel. Ook wordt er op de aandelen, van nominaal ƒ 1.000 per stuk, ƒ 990 terugbetaald. Per aandeel van nominaal ƒ 1.000 ontvangen de aandeelhouders over 1915 dus ƒ 3.000, bij 400 uitstaande aandelen is dit ƒ 1.200.000. De terugbetaling van het kapitaal is met een stempel op de aandelen aangegeven.
Het einde van de Stoomvaart Maatschappij “Sophie H”
Met de verkoop van de Sophie H eindigt in feite ook de Stoomvaart Maatschappij “Sophie H”. De maatschappij wordt echter niet direct opgeheven vanwege de pogingen om de geleden schade door het verlies van de Alice H te verhalen.
De Alice H was verzekerd bij de Merchants Marine Insurance Company, die op basis van de polis weigerde om de schade te vergoeden. Nadat een rechtbank al in het voordeel van de verzekeraar had geoordeeld, werd ook het hoger beroep verloren. Uiteindelijk wees eind november 1919 ook het hoogste rechtsorgaan, het Hogerhuis, de schadeclaim af.
De verdere geschiedenis van de Sophie H
In 1915 kocht de Noorse eigenaar de Sophie H voor ƒ 1.200.000 en gaf het schip de nieuwe naam Sirrah. Binnen drie maanden verkocht hij het vervolgens door aan een Noorse rederij voor ƒ 1.600.000.
In 1928 werd de Sirrah naar Duitsland verkocht, waar de naam werd veranderd in Bolten. Na in 1931 buiten gebruik te zijn gesteld, werd het schip in 1933 gesloopt.
Bekijk mijn aanbod van oude waardepapieren op verzamelwaar.envees.nl



