De aandelen in de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) worden vaak aangemerkt als de oudste aandelen ter wereld. Dit is onjuist, omdat al voor de oprichting van de VOC door ondernemingen gebruik werd gemaakt van aandelen (Wikipedia).
Het verschil tussen de VOC-aandelen en de eerdere vormen van aandelen is dat de VOC-aandelen publiekelijk werden aangeboden en vrij verhandelbaar waren. Hiermee werd de basis gelegd voor de moderne ondernemingen met een verhandelbaar aandelenkapitaal.
Een belangrijk gevolg was dat er een afstand ontstond tussen het bestuur van de onderneming en de kapitaalverschaffers, de aandeelhouders. In de oude situatie waren een klein aantal kapitaalverschaffers, de aandeelhouders, meestal ook bestuurder van de onderneming. Door het publiekelijk aanbieden van de aandelen nam ook het aantal aandeelhouders fors toe. Voor al deze aandeelhouders was natuurlijk geen plaats in het bestuur van de onderneming. De positie en de rol van aandeelhouders in een publieke onderneming moesten daarom opnieuw worden bepaald.
De uitgifte van de VOC-aandelen
Bij de uitgifte van de VOC-aandelen werd een procedure gevolgd die meerdere jaren duurde. Na de inschrijving op de aandelen in 1602 diende de inleg gestort te worden in jaarlijkse termijnen van 1603 tot en met 1606.
Pas na de storting van de laatste termijn in 1606 wordt de inlegger ingeschreven als aandeelhouder, die dan ook begint mee te delen in de winst. Door de Verenigde Oostindische Compagnie wordt een ontvangstbewijs verstrekt van deze laatste storting, waarin ook de inschrijving als aandeelhouder wordt bevestigd.
Door de VOC werd een register van aandeelhouders bijgehouden; er werden geen aparte aandeelbewijzen uitgegeven. Wanneer er nu gesproken wordt over een VOC-aandeel, bedoelt men dus dit ontvangstbewijs.
Door de uitgifte van aandelen in de VOC is de (beurs-)aandelenhandel begonnen. Deze handel heeft zich vervolgens doorontwikkeld, bijvoorbeeld door de uitgifte van fysieke bewijzen van aandeel aan toonder.
Onderstaand een voorbeeld van een recepis waarin, net als bij het VOC-aandeel, de volstorting van het aandeel wordt bevestigd. Het verschil is dat het recepis ingewisseld moet worden tegen een bewijs van aandeel aan toonder.

Het VOC-aandeel in bezit van de Amsterdamse Effectenbeurs
Het bekendste aandeel in de VOC is in het bezit van de Amsterdamse Effectenbeurs. Het aandeel dankt deze bekendheid vooral aan het feit dat het aan bezoekers van de Amsterdamse aandelenbeurs werd getoond als symbool van het begin van de aandelenhandel. Door deze bekendheid werd het aandeel ook vaak afgebeeld in publicaties over de VOC.
In de 1970’s ontstaat steeds meer belangstelling voor scripofilie, het verzamelen van oude waardepapieren. In Duitsland ontwikkelde dit verzamelgebied zich snel en al gauw werden er veilingen georganiseerd speciaal voor oude waardepapieren. Ook in Nederland ontstond belangstelling voor het verzamelen van oude waardepapieren. In 1978 werd door een aantal beurshandelaren de Vereniging van Verzamelaars van Oude Fondsen (VVOF) opgericht.
Het lijkt logisch dat de ontwikkeling van de scripofilie zorgde voor meer belangstelling voor de als eerste op een beurs verhandelde aandelen in de VOC. Mogelijk was deze groeiende belangstelling de reden voor de Amsterdamse beurs om herdrukken met een toelichting van het VOC-aandeel aan te bieden.
Het aandeel, gedateerd 8 december 1606, wordt dan beschouwd als het oudste VOC-aandeel. Het is interessant dat in de toelichting het stuk wordt omschreven als het oudste gedrukte aandeel ter wereld. Met deze formulering wordt terecht gewezen op het bestaan van oudere handgeschreven aandelen.
Een gestolen VOC-aandeel als oudste VOC-aandeel
Voor het aandeel van de Amsterdamse beurs kwam een einde aan de status van oudste VOC-aandeel toen bekend werd dat er een ouder stuk was ontdekt. Dit aandeel is gedateerd 27 september 1606 en is daarmee dus ruim 2 maanden ouder dan het stuk in bezit van de Amsterdamse beurs.
Het stuk is in het bezit van een Duitse verzamelaar van oude effecten maar blijkt eerder te zijn gestolen uit het gemeentearchief van Amsterdam.
Door het gemeentearchief wordt gesteld dat het aandeel is gebruikt in een publicatie in 1979. Ook blijkt uit de administratie dat als een bezoeker van het archief in 1987 het aandeel opvraagt dit spoorloos is. De eerste reactie is dan dat het aandeel mogelijk verkeerd is gearchiveerd.
Er wordt pas in 1994 door het gemeentearchief aangifte gedaan van diefstal als duidelijk wordt dat er meerdere stukken uit het archief zijn verdwenen. De verjaringstermijn voor de diefstal is dan echter al verlopen.
De Duitse verzamelaar besloot in 1999 zijn verzameling te verzilveren en het plan was om het VOC-aandeel via een veilinghuis te verkopen. Door het veilinghuis werd het Amsterdams Historisch Museum om een deskundig oordeel gevraagd. Het Amsterdam Historisch Museum kon bevestigen dat dit inderdaad het oudste bekende VOC-aandeel was. Het veilinghuis werd echter ook geïnformeerd dat het aandeel te boek stond als gestolen uit het gemeentearchief van Amsterdam.
Omdat ook veilinghuizen in Duitsland geen gestolen goederen mogen verkopen, kon de verkoop van het aandeel via de veiling niet doorgaan. Hierbij maakt het niet uit dat de verjaringstermijn voor de diefstal inmiddels was verlopen. Het aandeel werd nu onderhands verkocht aan een groep Duitse investeerders.
Het oudste VOC-aandeel in bezit van de Duitse investeerders
De Duitse investeerders zien het VOC-aandeel vooral als een alternatieve belegging met een enorm winstpotentieel. Om het aandeel meer bekendheid te geven, wordt er een speciale website over het aandeel gemaakt.

Op deze website wordt aandacht geschonken aan de geschiedenis van de VOC en natuurlijk de uitgifte van de aandelen. Daarnaast wordt het aandeel voorzien van een geschiedenis die de verhandelbaarheid van het stuk moest vergroten. Hierbij wordt verzwegen dat het aandeel is gestolen uit het gemeentearchief van Amsterdam en daarom niet op een veiling verkocht kon worden.
In een poging het gestolen VOC-aandeel terug te kopen, deed het gemeentearchief een bod van DM 50.000. Dit bod werd door de Duitse investeerders niet serieus overwogen; de vraagprijs zou volgens geruchten DM 10 miljoen bedragen.
De opnames voor de film Ocean’s Twelve
Voor de film Ocean’s Twelve worden in 2004 in Amsterdam opnames gemaakt. In deze film draait het om een groep inbrekers die om schulden af te lossen opvallende diefstallen plegen. In Amsterdam worden opnames gemaakt over de diefstal van een oud document van de VOC dat wordt beschouwd als een van de oudste aandelen ter wereld.
Het gemeentearchief maakt gebruik van de media-aandacht door aandacht te vragen voor de diefstal van het VOC-aandeel in de echte wereld.
Onderhandelingen met de bezitters van het gestolen VOC-aandeel hebben, gezien de enorme vraagprijs, weinig zin. Na de invoering van de euro wordt een vraagprijs van 6 tot 7 miljoen euro genoemd.
In oktober 2004 worden door een Duits veilinghuis andere uit het gemeentearchief gestolen stukken aangeboden. Na contact met het veilinghuis worden ook deze stukken uit de veiling genomen. Het veilinghuis geeft aan geen gestolen goederen te mogen verkopen. Ook hier is de diefstal inmiddels strafrechtelijk verjaard, maar deze verjaring geldt niet voor de handel in gestolen goederen.
Door het gemeentearchief wordt aangeboden om de stukken terug te kopen tegen een getaxeerde waarde. Ook is het gemeentearchief bereid te onderhandelen over de prijs als de huidige eigenaren kunnen aantonen hoeveel ze hebben betaald voor de stukken en dat ze die rechtmatig hebben verkregen. De eigenaren hebben geen interesse in dit aanbod van het gemeentearchief.
Ontdekking oudste VOC-aandeel
Op 9 september 2010 wordt in Enkhuizen bekendgemaakt dat er een nieuw VOC-aandeel is ontdekt. Het aandeel dateert van 9 september 1606 en is daardoor het oudste bekende aandeel van de VOC. Tot deze bekendmaking was het uit het Amsterdamse gemeentearchief gestolen VOC-aandeel, gedateerd 27 september 1606, het oudste bekende VOC-aandeel.

Voor de Duitse investeerders was deze ontdekking natuurlijk slecht nieuws, omdat men niet langer kon claimen in het bezit te zijn van het oudste VOC-aandeel. De speciale website over het aandeel werd opgeheven en verder is er ook niets meer vernomen over dit VOC-aandeel.
Nieuwe kandidaat voor titel oudste VOC-aandeel
In een blogpost van 19 juni 2014 wordt door Arend Pietersma, voormalig conservator Archieven van de Universiteitsbibliotheken Leiden, een nieuwe kandidaat naar voren geschoven voor de titel oudste VOC-aandeel.
Ook de Universiteit Leiden is in het bezit van een VOC-aandeel. Dit document is gedateerd 7 november 1606 en uitgegeven door de kamer van Enkhuizen. Het aandeel staat op naam van Jan Brouwer, een inwoner van Monnickendam.

In het archief zitten daarnaast ook nog twee oudere documenten waarin de overschrijving van het aandeel wordt vastgelegd. In een document gedateerd 27 augustus 1604 wordt de overschrijving naar Leonardt Rans vastgelegd. De volgende dag wordt in een document de overschrijving van een aandeel naar Jan Brouwer vastgelegd.
De vraag of de documenten van overschrijving als de oudste VOC-aandelen aangemerkt zouden kunnen worden, is interessant.
Doordat de VOC geen fysieke bewijzen van aandelen uitgaf, zijn de bewijzen die na volstorting van de aandelen werden verstrekt later aangeduid als aandelen.
Het belangrijkste kenmerk van de door de VOC uitgegeven aandelen is dat deze verhandelbaar waren. Dit was ook de basis voor het ontstaan van de beurshandel in aandelen. De documenten waarin de overschrijving van de aandelen wordt vastgelegd, illustreren juist deze belangrijke eigenschap.
De datering van de getoonde bewijzen van overschrijving, 27 en 28 augustus 1604, is ook interessant, omdat hieruit blijkt dat er al gehandeld werd in nog niet volgestorte aandelen. De bij het aandeel behorende rechten werden pas verkregen na volstorting; tot die tijd had de aandeelhouder de verplichting om het aandeel vol te storten.
De bewijzen van overschrijving zijn op zichzelf al interessant genoeg om als VOC-aandeel te worden aangemerkt. De combinatie met het bewijs van volstorting maakt dit alleen maar extra duidelijk. Het aandeel wordt in 1606 door de eigenaar Jan Brouwer volgestort, nadat deze het in 1604 heeft verworven. Het zou daarom juist zijn om het overschrijvingsbewijs als oudste VOC-aandeel aan te merken.
Bekijk mijn aanbod van oude waardepapieren op verzamelwaar.envees.nl




